PARTNERALIMENTATIE BEPERKT WEGENS VERMOGENSGROEI VROUW

Geschreven door Sanne Kelder


 

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs in een alimentatiezaak geoordeeld dat de alimentatie die de man aan de vrouw betaalde moest worden beperkt. Het vermogen van de alimentatiegerechtigde was namelijk gegroeid. De casus was als volgt.

De man en de vrouw zijn, na een huwelijk van 23 jaar, in 2012 gescheiden. Zij hebben destijds afgesproken dat de man aan de vrouw een partneralimentatie van circa € 1.150 per maand betaalt. De partneralimentatie was overeengekomen voor een periode van 12 jaar, tot februari 2024. Door de wettelijke indexering bedroeg de partneralimentatie per 1 januari 2020 circa € 1.300 per maand.

Vermogensgroei vrouw

De vrouw heeft vanwege de verdeling van de huwelijksgemeenschap in 2012 een bedrag ontvangen van circa € 120.000. Vervolgens ontving zij in 2019 na het overlijden van haar moeder een erfenis van circa € 110.000. De man verzoekt de rechtbank om de door hem te betalen partneralimentatie te beperken tot een bedrag van € 300 per maand. Hij stelt zich op het standpunt dat van de vrouw kan worden verlangd dat zij inteert op haar vermogen. Haar vermogen is immers fors toegenomen tussen 2012 en 2019.

Rechtbank

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het verzoek van de man in eerste instantie afgewezen. De rechtbank was van oordeel dat in zijn algemeenheid niet van een alimentatiegerechtigde kan worden gevergd dat deze inteert op aanwezig vermogen. Zij baseerde zich op een arrest van de Hoge Raad uit 2008, waarin de HR had bepaald:

”Het antwoord op de vraag of van degene die vaststelling van een partneralimentatie verzoekt, kan worden gevergd dat hij inteert op zijn vermogen, hangt af van de omstandigheden van het geval”

Hof

Het Hof volgt de rechtbank op grond van datzelfde arrest juist niet. Zij beantwoordde de vraag of van een alimentatiegerechtigde verlangd kan worden dat wordt ingeteerd op vermogen, aan de hand van de concrete omstandigheden van dit geval. Die omstandigheden zijn de volgende.

De vrouw is na de echtscheiding bij haar moeder gaan wonen, zonder dat zij huur aan haar moeder heeft betaald. Dat heeft haar een besparing opgeleverd. Die situatie duurde tot 2019. In die periode heeft zij wel hetzelfde bedrag aan partneralimentatie ontvangen. Voorts is het inkomen van de vrouw sinds juli 2018 met € 430 netto per maand toegenomen, in verband met ontvangen ouderdomspensioen. Tot slot ontving zij, vanwege het overlijden van haar moeder, een erfenis van € 110.000. Zodoende is haar vermogen over 2012 tot en met 2019 toegenomen.

Het Hof volgde, vanwege al deze omstandigheden, de man in zijn stelling dat van de vrouw gevergd kan worden dat zij inteert op haar vermogen. Alles afwegende acht het hof het redelijk en billijk om de partneralimentatie te beperken tot € 300 per maand, ingaande op de datum van de beschikking. Het Hof overweegt daarbij nog dat voor de vrouw voldoende vermogen resteert om eventuele toekomstige tegenslagen op te vangen.

De beslissing

Het Hof bepaalt dat de alimentatie die de man aan de vrouw moet betalen met ingang van datum van de uitspraak wordt vastgesteld op € 300 per maand.

 


Vindplaats: ECLI:NL:GHSHE:2021:328